Faalangstenreductietraining
Begeleider op dit project:
Renske van Hoeve
Faalangst-reductietraining
In een kleine groep werken aan zelfvertrouwen en omgaan met faalangst
Doelgroep: van 12 tot 18 jaar

Faalangst is bang zijn niet te kunnen presteren in spannende situaties, zoals tijdens een spreekbeurt of toets. Hierdoor presteren zij onder hun niveau. In een klein groepje van maximaal tien leerlingen werken we aan het zelfvertrouwen en het leren omgaan met faalangst, zodat de klachten sterk verminderen of helemaal verdwijnen. Daarbij betrekken we ook ouders/verzorgers.

Voor wie
Scholen voor het voortgezet onderwijs (klas 1 t/m 6)

De praktijk
De school meldt de leerling aan na overleg met de leerling en de ouders/verzorgers. Belangrijk is dat de leerling zelf last heeft van zijn faalangst en er ook echt iets aan wil doen. Aan de hand van een gesprek en een onderzoek/vragenlijst bekijken we of de leerling in aanmerking komt voor de training. De methode die we gebruiken is gebaseerd op Bewust en Beter Omgaan met Faalangst (BOF-training). Daarbij zetten wij RET-therapie in zodat zij leren helpende gedachten te formuleren. In een groepje van maximaal tien leerlingen werken we aan houding, ademhalingsoefeningen, presentaties, rollenspellen, schrijfopdrachten en kringgesprekken. We doen bijvoorbeeld oefeningen die leerlingen spannend vinden, bijvoorbeeld een presentatie geven voor de groep. In een veilige omgeving kunnen zij ervaren hoe dat voelt. Door onze werkvormen leren zij ‘falen’ te relativeren en juist helpende en steunende gedachten over het proces te formuleren.

In overleg met school kunnen wij ook een ouderavond verzorgen. De steun en erkenning van ouders/verzorgers is van groot belang voor het slagen van de faalangstreductietraining. Tijdens de ouderavond maken zij kennis met de trainer en gaat de trainer uitgebreid in op de achtergrond van faalangst en manier waarop zij hun kind kunnen steunen.

Na de training evalueren we het geheel met de leerling en bepreken we of de training tot het gewenste resultaat heeft geleid. Daarna volgt ook nog een afsluitend gesprek met de zorgcoördinator of een andere contactpersoon van school.

Resultaten
Leerlingen leren hun eigen spanning en angsten lichamelijk herkennen.
Leerlingen leren hoe zij hun angsten en spanningen kunnen verminderen.
Leerlingen hebben een positiever zelfbeeld.
Leerlingen hebben plezier ervaren in het groepsproces.
Leerlingen zijn zich bewust van het verband tussen gedachten en gedrag. Ze hebben geleerd hoe zij daar zelf invloed op kunnen uitoefenen zodat zij grip op hun faalangst krijgen.