18 september 2016

Nederlandse scholen voldoen aan hun wettelijke plicht om leerlingen te leren respectvol om te gaan met seksualiteit en seksuele diversiteit. Maar het zou beter kunnen, oordeelt de Inspectie van het Onderwijs.

Respectvolle omgang met seksualiteit en seksuele diversiteit komt op vrijwel alle scholen voor basis-, voortgezet en speciaal onderwijs tenminste enigszins aan de orde, stelt de inspectie. Er zijn echter grote verschillen in de aandacht die het thema krijgt op school.

De aandacht voor seksualiteit en seksuele diversiteit is vaak incidenteel, weinig doelgericht en afhankelijk van de leraren. Vaak is het niet vastgelegd in het curriculum en bestaat het aanbod uit losse lessen die weinig verbinding hebben met het overige onderwijs. Scholen hebben ook beperkt inzicht in het resultaat van het onderwijs.

De onderzoekers concluderen dat veel voorlichting niet verder gaat dan seksuele gezondheid, het tegengaan van geslachtsziekten en wat te doen bij zwangerschap en hoe die te voorkomen.

De stof wordt bovendien vaak wetenschappelijk benaderd. Er wordt weinig gesproken over plezier en verlangen. Ook ervaren studenten de les van hun docenten als ongemakkelijk en beschamend.

Om de seksuele voorlichting op scholen te verbeteren kunnen ze het beste externe mensen inhuren, stelt Pound. Dat moeten dan experts zijn die verder afstaan van studenten dan de docenten. Bovendien moeten ze positief tegenover seks staan.

Informatie over de projecten seksuele en relationele vorming van Centrum 16•22: https://www.centrum1622.nl/themas/seksuele-en-relationele-vorming