Gratis gastles Maand van de Liefde 2019


In februari 2019 zijn er weer gratis gastlessen beschikbaar in het kader van de ‘Maand van de Liefde.
Het thema van deze maand is ‘Seks, nog steeds een taboe?’
Denk bijvoorbeeld aan bloot, verliefd, uit de kast komen en hoe om te gaan met #metoo.
De lessen worden gegeven door Centrum 16•22 in opdracht van de GGD Haaglanden.

In de gastlessen  komen de onderstaande onderwerpen aan bod:
-verliefd /verkering
-seksuele diversiteit en genderidentiteit
-pikante foto’s
-veilig vrijen
-een relatie, en dan?

Centrum 16•22 verzorgt de onderstaande gratis gastlessen voor het VO:

Gastles ‘Verkering en verliefd zijn’ – klas 1
In deze les gaat het over de 4 belangrijkste relaties: familie, vrienden, liefde en de zakelijke (school)relatie.
Welke relaties vinden de leerlingen nu belangrijk, leuk of lastig en waarom?
Speelt verliefdheid al een rol in hun leven?
Hoe ga je om met de diverse relaties, hoe onderhoud je ze en hoe neem je afscheid… met of zonder hulp van sociale media?
Welke taboes zijn er binnen verkering en verliefd zijn?
De mening van de leerling staat tijdens de gastles centraal.

Gastles ‘Hoe doe je dat nou, een relatie hebben- klas 4
In deze les komen zo veel mogelijk eerste keren aan bod rondom een liefdesrelatie. Een eerste keer kan dan gaan over zoenen, wensen en grenzen aangeven, verliefd, een relatie, seks, vertrouwen/ wantrouwen enzovoorts. Heeft een eerste keer je beïnvloed en op welke manier?
Welke taboes zijn er binnen een relatie?
De mening van de leerling staat tijdens de gastles centraal.

 Aanmelden:
U kunt zich aanmelden door een mail te sturen naar janwillemdeklerk@centrum1622.nl
Vermeld de naam van de school, contactpersoon, aantal klassen en de gewenste datum.

 

De andere activiteiten die georganiseerd worden kunt u vinden via de onderstaande link.
https://www.ggdhaaglanden.nl/professionals/maand-van-de-liefde-2019.htm

 Wat biedt Centrum 16•22 nog meer rondom dit onderwerp: 
‘Wat jij wil’  over weerbaarheid tegen Loverboys
‘Jongens’ over preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag
‘Jong Vader’ over het gesprek aangaan met jong volwassen jongens over vaderschap.
-Het lespakket Lang Leve de Liefde van Soa Aids Nederland is een goede interventie voor het voortgezet onderwijs. Tegen betaling kan Centrum 16•22 helpen bij de uitvoering.

namens Centrum 16•22, COC Haaglanden, JIP Haaglanden, Centrum Seksuele Gezondheid GGD Haaglanden, Stichting Mooi en MEE Zuid-Holland Noord

 

Stressmanagement

Reguleer je stress


Een beetje stress en spanning voor belangrijke momenten is heel normaal. Dat kan ervoor zorgen dat je geconcentreerd bent voor wat je gaat doen. Maar soms blokkeert de stress je dusdanig dat je niet meer goed kunt presteren. Dat kan van kwaad naar erger gaan. In dit project leer je in kleine groepjes hoe je dit kunt oplossen.

Voor wie
Scholen in het voortgezet onderwijs (klas 1 t/m 6); een geselecteerde groep leerlingen van verschillende leeftijden en leerjaren. Het project is nuttig voor leerlingen met faalangst of voor leerlingen die dat zouden kunnen ontwikkelen.

De praktijk
Tijdens vier bijeenkomsten van anderhalf uur en een terugkomdag zorgen we om te beginnen voor een nadere kennismaking en veilige sfeer in de groep. Leerlingen vertellen waarom ze meedoen. We doen een nulmeting om te kijken hoeveel stress zij op bepaalde momenten ervaren. Aan het eind doen we dit opnieuw om te kijken of de stress is afgenomen.

Werkvormen die we onder meer gebruiken variëren van gesprekken, rollenspellen, drama, maskers, collages maken en tekenen. Belangrijk zijn de gedachten die leerlingen over zichzelf en de situatie hebben. Deze gedachten hebben invloed op hun gedrag. Als die gedachten negatief zijn, oefenen we om daar positieve en helpende gedachten naast te zetten. Leerlingen krijgen verschillende strategieën aangereikt om met stress om te gaan. Zij onderzoeken wat bij hen past. Leerlingen krijgen vaardigheden en tips om met stress om te gaan, zoals bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen, ontspanningsoefeningen, beter leren plannen, relativeren, hulp vragen en hun focus verleggen.

Resultaten

  • Leerlingen hebben inzicht in wat voor hen stressvolle situaties zijn.
  • Leerlingen beseffen dat veel stress je functioneren kan belemmeren.
  • Leerlingen hebben ervaren dat positieve gedachten over de situatie en henzelf stress vermindert; zij weten hoe zij dit zelf kunnen toepassen.
  • Leerlingen beseffen dat zij niet de enige zijn met stress.
  • Leerlingen weten welke strategie voor hen goed werkt.
  • Leerlingen weten wat zij in stressvolle situaties moeten doen.

Training sociale vaardigheden

In een kleine groep werken aan zelfbeeld, zelfvertrouwen en gedrag

Leerlingen leren zich makkelijker in groepen bewegen en krijgen daardoor een positiever zelfbeeld. Ze leren onder meer zichzelf presenteren, voor zichzelf opkomen, luisteren naar anderen, emoties en kritiek durven uiten, complimenten ontvangen en omgaan met conflicten.

Voor wie
Scholen in het voortgezet onderwijs (klas 1 t/m 5)
Let op: Er is plaats voor 10 aantoonbaar gemotiveerde leerlingen*.

De praktijk
De intern begeleider draagt in samenspraak met de mentor een aantal gemotiveerde leerlingen voor. Dat betekent dat leerlingen zelf last hebben van hun gedrag en er zelf ook iets aan willen veranderen. In overleg stellen we de uiteindelijke groep vast.
Tijdens het intakegesprek maken we kennis met de leerlingen en leggen we individuele leerdoelen vast. De inhoud van de training is altijd op maat gemaakt en hangt af van de individuele leerdoelen van leerlingen.
Werkvormen die we onder meer gebruiken zijn spelvormen als rollenspellen, drama, groepsgesprekken en theorie. Deelnemers presenteren zich bijvoorbeeld aan de groep, waarbij ze letten op hun houding en uitstraling. Ze oefenen met het uiten van hun eigen mening, proberen zich weerbaar op te stellen en leren omgaan met groepsdruk. Daarna bespreken we dit met de betreffende leerlingen en de groep. Wat viel op? Wat ging goed wat had anders gekund?
Aan het eind van de training evalueren we met de leerling en de intern begeleider. We bespreken het resultaat en bekijken of de leerdoelen zijn gehaald.

Resultaten

  • Leerlingen hebben een beter zelfbeeld.
  • Leerlingen durven zich makkelijker in groepen te bewegen.
  • Leerlingen zijn zich meer bewust van hun houding en gedrag.
  • Leerlingen hebben geleerd adequaat voor zichzelf op te komen.
  • Leerlingen hebben effectief leren communiceren.
  • Leerlingen hebben leren samenwerken.
  • Leerlingen hebben positieve ervaringen in groepen opgedaan.

*Aanmelding betekent dat deelnemers elke bijeenkomst bijwonen. De intern begeleider zorgt voor de leerlingen en vraagt toestemming aan de ouders en de ruimte waar de training kan plaatsvinden.

Specifieke groepen in het VO

Projecten voor nieuwkomers, meisjes- en jongensgroepen

Sommige jongeren hebben een extra of aangepast programma nodig. Denk bijvoorbeeld aan nieuwkomers, kinderen met een aandoening of leerproblemen. Het programma is voor iedere doelgroep anders en volledig op maat gemaakt.

Voor wie
Speciale groepen in het voortgezet onderwijs (klas 1 t/m 6) alle niveaus.
Denk bijvoorbeeld aan statushouders, kinderen uit het speciaal onderwijs of met een specifieke (zorg) aandoening.

De praktijk
In overleg met de school bepalen we welke leerlingen (of welke klassen) voor dit wekelijkse project in aanmerking komen en hoeveel tijd dit kost. Doorgaans vijf keer een lesuur, maar blokuren zijn ook mogelijk. Samen bepalen we de inhoud van het programma, dat is zo veel mogelijk afgestemd op het reguliere programma.
Werkvormen die we gebruiken zijn non-verbale oefeningen, samenwerkingsopdrachten, groepsvormingsspelletjes, interviews, een stellingenspel, rollenspellen, muziek en toneel.
Desgewenst kunnen we na overleg aparte meisjes- en jongensgroepen maken bijvoorbeeld bij bepaalde thema’s als puberteit, seksualiteit, preventie van seksueel misbruik en/of seksueel geweld. Ook bij thema’s als toekomstoriëntatie en culturele identiteit vinden leerlingen het soms prettig met alleen meisje of jongens te zijn.

Resultaten
Afhankelijk van de gekozen onderwerpen en thema’s overleggen we welke doelen leerlingen behalen.

Gezocht: leuke klas

Een positief begin voor startende groepen in het vo

De overgang van de basisschool naar de middelbare school is groot. Het is spannend omdat leerlingen ineens met totaal nieuwe kinderen in een klas zitten. Dit project maakt op een speelse manier een hechte en veilige groep van de nieuwe klas. Het project kan ook later in het jaar.

Voor wie
Scholen in het voortgezet onderwijs (klas 1)

De praktijk
In de eerste van vijf lessen van een uur doen we een zogeheten nulmeting. We onderzoeken hoe het is gesteld met de sfeer, veiligheid en het vertrouwen in elkaar en de mentor.
Aan de hand van diverse werkvormen bedenken leerlingen wat bijvoorbeeld anders zou kunnen in hun klas en wat daarvoor nodig is. Ook de mentor doet actief mee. Worden leerlingen bijvoorbeeld buitengesloten? Hoe komt dat en wat kunnen andere leerlingen doen? Werkvormen die we gebruiken zijn bijvoorbeeld energizers, een quiz, rollenspellen, oefenen van ja- en nee-gevoelens, foto’s maken en presenteren. Leerlingen en mentor leren elkaar beter en op een andere manier kennen met meer vertrouwen tot gevolg. Aan het eind meten we opnieuw of de wensen en doelen zijn behaald.

Resultaten

  • Leerlingen hebben klasgenoten en mentor beter leren kennen.
  • Leerlingen kunnen benoemen wat een leuke sfeer is en hoe zij hieraan zelf kunnen bijdragen.
  • Leerlingen hebben geleerd samen te werken.
  • Leerlingen hebben hun mening in de klas durven geven en geluisterd naar de mening van klasgenoten.

Pesten is niet cool!

Maak een film tegen pesten

Voor de een is het een grapje, maar de ander voelt zich gepest. Wat is pesten nu eigenlijk precies? Wanneer gebeurt het en waarom? In dit project onderzoeken leerlingen pestgedrag, spelen ze situaties na in verschillende rollen en interviewen en filmen zij elkaar. Tot slot maken ze daar een film over.

Voor wie
Scholen voor basisonderwijs (groep 6 t/m 8)

De praktijk
In ongeveer vijf bijeenkomst van een uur spelen leerlingen echte of fictieve situaties na, waarbij ze steeds van rol wisselen (pester, gepeste, zwijgers, meelopers). We werken hierbij met gekleurde petjes. Leerlingen oefenen gedrag dat zij niet gewend zijn. Zo ervaren zij de verschillende aspecten van pesten en pestgedrag: wat is het, hoe voelt het, wat kun je eraan doen? Zijn er verschillen tussen ‘gewoon’ pesten en online pesten? We laten hen ook filmpjes zien over de gevolgen van pesten. Ook is er ruimte voor hun eigen verhaal in diverse creatieve uitingen.
Van elke bijeenkomst maken we filmopnames, waarbij leerlingen hun mening en ervaring delen. Deze opnames bekijken ze de volgende bijeenkomst, zodat ze hun eigen uitspraken en die van elkaar terug horen. Vervolgens gaan we door op wat er in de filmpjes naar voren wordt gebracht. Uiteindelijk resulteert dit in een film met als titel ‘Pesten is niet Cool!’ Wij doen de montage van de film. Leerlingen kunnen de film presenteren aan andere klassen of aan ouders.

Resultaten

  • Leerlingen hebben ervaren dat pesten vele vormen heeft.
  • Leerlingen hebben ervaren hoe naar het is om gepest te worden.
  • Leerlingen ervaren dat een prettige sfeer en vertrouwen in de groep belangrijk is.
  • Leerlingen zijn zich bewust van elkaars kwetsbaarheid.
  • Leerlingen weten wat ze kunnen doen als iemand in de klas wordt gepest.
  • Leerlingen kunnen een protocol tegen pesten opstellen.
  • Leerlingen weten bij wie ze terecht kunnen als ze zelf worden gepest of zien dat iemand wordt gepest.

Goed bezig

Positieve groepsvorming

Soms wil een klas geen echte groep worden. Als leerlingen elkaars verschillen niet accepteren, kunnen zij dat als onveilig ervaren. Dit kan ten koste gaan van de leerprestaties. We kunnen dit veranderen door leerlingen op een positieve manier met elkaar aan de slag te laten gaan. De docent speelt een belangrijke rol.

Lees “Goed bezig” verder

Heb ik dat?

Over deugden en kwaliteiten in de klas

Iedere leerling heeft unieke kwaliteiten. In dit projecten onderzoeken we wat leerlingen belangrijke waarden vinden, wat hun kwaliteiten zijn en hoe we die in de klas kunnen inzetten. Daardoor verbetert de sfeer in de klas aanzienlijk. Ook de docent speelt een belangrijke rol.

Voor wie
Scholen voor het basisonderwijs (groep 6 en 7)

De praktijk
In vijf bijeenkomsten van een uur onderzoeken leerlingen hun kwaliteiten en ontdekken zij welke waarden (‘deugden’) het best bij hen passen. Denk bijvoorbeeld aan creativiteit, enthousiasme, eerlijkheid, behulpzaamheid, geduld, moed of betrouwbaarheid. Ze doen dit onder meer via onderzoek, spel, verhalen, foto, film en tekeningen. Zo onderzoeken en ervaren zij bijvoorbeeld aan de hand van interviews en rollenspellen welke kwaliteiten van pas komen in alledaagse situaties. Met verschillende kwaliteiten bij elkaar kun je ook goed samenwerken. Ze ontdekken dat je goede kwaliteiten verder kunt ontwikkelen. Wat je voedt, dat groeit! Tot slot maken leerlingen in groepjes een tentoonstelling over hun kwaliteiten. Ze maken daarbij gebruik van de verschillende creatieve werkvormen.

Resultaten

  • Leerlingen leren verschillende kwaliteiten van zichzelf en anderen (her)kennen.
  • Leerlingen krijgen inzicht in hun eigen kwaliteiten en die van de anderen.
  • Leerlingen krijgen zelfvertrouwen door zich te focussen op hun positieve kwaliteiten.
  • De sfeer in de groep is verbeterd.

Waarom zeg je dat?

Leren (anders) reageren

  • Het is de toon die de muziek maakt. Ofwel: de manier waarop je iets zegt is belangrijk. In dit project onderzoeken leerlingen welke vormen er zijn van op elkaar reageren. En wat het effect is van al die verschillende manieren. Bijvoorbeeld voor je zelfbeeld en de sfeer in de klas. We maken een film van dit proces.

Voor wie
Scholen in het basisonderwijs (groep 5 t/m 7)

De praktijk
In vier bijeenkomsten van zestig minuten onderzoeken leerlingen hoe vaak en in welke situaties ze elkaar complimenten (opstekers) of juist kritiek (afbrekers) geven. Dit doen zij met rode (opstekers) en groene (afbrekers) briefjes. Aan het eind van de lessen tellen we de briefjes en de volgende keer bespreken we er enkele. Hoe had het bijvoorbeeld anders gekund? Leerlingen geven elkaar tips en spelen desgewenst situaties na. Na vier bijeenkomsten hopen we natuurlijk op meer groene dan rode briefjes. Gedurende de bijeenkomsten doen zij een kwaliteiten- en complimentenspel en luisteren zij naar een verhaal over een kind dat alleen maar kritiek krijgt. Dat verhaal proberen zij na te vertellen, maar dan met helpende en opbouwende opmerkingen. Tot slot maken ze grote harten met daarin alleen maar opstekers. Dit hele proces wordt gefilmd. De laatste bijeenkomst laten we de film aan de klas zien. We sluiten af met een compliment voor ieder kind op een hartje.

Resultaten

  • Leerlingen herkennen verschillende manieren van reageren.
  • Leerlingen zien wat het effect is van positieve en negatieve reacties op elkaar.
  • Leerlingen oefenen in het geven van positieve feedback (opstekers).
  • Leerlingen leren hoe ze respectvol met anderen kunnen omgaan.
  • Leerlingen beseffen dat hun zelfbeeld ook afhangt van de reactie van anderen.
  • De klas heeft na afloop een mooie video van het proces, de werkvormen en uitspraken van de leerlingen.

Het zakmes

Over vriendschap sluiten en behouden

Wat is dat eigenlijk vriendschap? En wat moet je doen als dat niet vanzelf gaat? In dit project onderzoeken leerlingen spelenderwijs wat en hoe belangrijk vriendschap is, ook online. Hoe maak je vrienden en hoe houd je ze?

Voor wie
Scholen in het basisonderwijs (groep 5 en 6)

De praktijk
Er zijn zeven bijeenkomsten van een tot anderhalf uur. Elke bijeenkomst begint met een aflevering van ‘Het zakmes’, een film over vriendschap tussen twee jongens uit dezelfde klas, die elkaar uit het oog verliezen en elkaar later weer terugvinden. Hoewel de film al wat ouder is, vinden leerlingen hem nog steeds prachtig en blijft het thema zeer actueel. Iedere les gaat over een ander aspect van vriendschap. Bijvoorbeeld vertrouwen; bij wie kan ik terecht? Met wie deel ik problemen en geheimen? Vriendschappen onderhouden; wat doe je als vrienden verhuizen?
Aan de hand van diverse werkvormen werken we de thema’s uit. Denk bijvoorbeeld aan gesprekken, vertrouwensoefeningen, ansichtkaarten maken, schrijven en versturen of een collage maken met de klas. Leerlingen laten aan anderen die belangrijk zijn merken dat ze hen aardig vinden. Ze maken voor elkaar gedichten, tekeningen en verhalen. Die verzamelen zij in een vriendschapskrant. Ieder kind heeft aan het eind van dit project zo’n mooie krant.

Resultaten

  • Leerlingen hebben een idee van de betekenis van vriendschap.
  • Leerlingen ervaren hoe fijn het voelt als iemand aardige dingen tegen je zegt.
  • Leerlingen ervaren hoe fijn het is om zelf aardige dingen tegen een ander te zeggen.
  • Leerlingen ervaren hoe het is om hulp te vragen en om hulp te geven.
  • Leerlingen hebben nagedacht over wat je moet doen om vrienden te behouden.
  • Leerlingen hebben ervaren wat je overhebt voor vrienden en wat vrienden voor jou over hebben.