Wat Jij Wil

Weerbaar tegen loverboys en binnen relaties

Grenzen stellen, (on)gezonde relaties, macht en mensenhandelaren (loverboys) zijn onderwerpen die in dit project aan bod komen. Ook in het dagelijks leven: wat doe je als iemand in de tram te dichtbij komt zitten? Dit project is alleen voor meisjes en is goed te combineren met het jongens-project.In een veilige en vertrouwde omgeving denken meisjes na over hun positie en mogelijke reacties op (on)gewenst gedrag.

Voor wie
Scholen voor voortgezet onderwijs (klas 2 en 3). Voor mbo alleen beschikbaar als workshop.

De praktijk
In vijf tot acht lessen van respectievelijk 100 of 50 minuten gaan meisjes aan de slag met de thema’s wie ben ik, grenzen, gezonde en ongezonde relaties, mensenhandelaren (loverboys), macht en inzicht in sociale relaties. We gebruiken afwisselende werkvormen (rollen)spellen, filmpjes, lesmateriaal en groepsdiscussies. Vertrouwen hebben in de eigen intuïtie is bij alle thema’s een belangrijk onderdeel. Bij de opdracht ‘ja/nee-gevoel’ leren meisjes dat zij het gevoel dat er iets niet klopt (“rode vlaggen”) serieus moeten nemen. Meisjes spelen ook situaties na en bespreken achteraf hoe en waarom zij op een bepaalde manier reageren. Ook leren zij signalen herkennen van anderen die mogelijk hulp nodig hebben.

Resultaten

  • Meisjes herkennen ongezonde relaties.
  • Meisjes hebben ervaren wat macht is en ook hun eigen macht gevoeld.
  • Meisjes herkennen de werkwijzen van mensenhandelaren.
  • Meisjes herkennen signalen van anderen die mogelijk op dit vlak hulp nodig hebben en weten ook waar zij hulp kunnen vinden.
  • Meisjes weten wat weerbaarheid inhoudt en hebben dat ook ervaren.
  • Meisjes begrijpen het verschil tussen vriendschap, verkering, liefde, loverboys, prostitutie en gedwongen seks.
  • Meisjes hebben ervaren dat zij hun eigen intuïtie altijd serieus moeten nemen.

Jongens

Preventie seksueel overschrijdend gedrag van jongens

Hoe voorkomen we dat jongens op seksueel gebied over grenzen gaan? En wat is eigenlijk normaal? In dit project met alleen jongens, gegeven door een mannelijke trainer, praten jongens met elkaar over seks en relaties. Ze kunnen hier alle vragen stellen die ze hebben. Ze ervaren hoe groepsdruk werkt. Door de #metoo-discussie is dit onderwerp zeer actueel. Het project Jongens is uniek in Nederland en een aantal keer al in het nieuws geweest. Zie https://www.centrum1622.nl/actueel/rtl.

Voor wie
Scholen in het voortgezet onderwijs (klas 2 en 3)
Mbo-onderwijsinstellingen (klas1)

De praktijk
Gedurende vijf lessen van 50 minuten komen de volgende onderwerpen aan bod: seks, mannen, meisjes, liefde en grenzen. Elke les begint met een kort filmpje waarin jongens in de leeftijd van 14 tot 18 jaar hun visie geven over een van deze onderwerpen. Aan de hand van diverse werkvormen als spellen, minitestjes en lesmateriaal leren jongens nadenken over hun eigen waarden en normen, nu en later. Ze ervaren in (rollen)spellen wat macht betekent en wat grensoverschrijdend gedrag werkelijk is. De trainer nodigt de jongens nadrukkelijk uit zelf na te denken zonder een moreel oordeel te geven. Uiteindelijk stellen de jongens zelf normen op over hun gedrag ten opzichte van meisjes.

Resultaten

  • Jongens hebben ervaren wat grensoverschrijdend gedrag is.
  • Jongens hebben ervaren wat macht en groepsdruk is.
  • Jongens hebben nagedacht over hun eigen normen en waarden op seksueel gebied.
  • Jongens hebben met elkaar normen opgesteld over de omgang met meisjes.
  • Jongens hebben antwoorden gekregen op vragen die zij hadden over seks en relaties.

Training
Bij dit project hoort een lespakket met diverse projectmaterialen en een uitgebreide docentenhandleiding, inclusief een licentie-training (in overleg). Voor meer informatie over trainingen en workshops voor professionals kunt u contact opnemen met wilvankessel@centrum1622.nl.

Goed geregeld!

Met de hele school een muziekclip en rap maken over schoolregels

Scholen hebben regels zodat alle leerlingen kunnen (op)groeien in een veilige en vertrouwde omgeving. Voor leerlingen kan het nuttig zijn de achterliggende redenen van schoolregels te begrijpen. Daarom maken we met dit project een muziekclip en een rap over schoolregels.

Voor wie
Scholen in het basisonderwijs. (Alle groepen).

De praktijk
Scholen bepalen zelf hoe lang zij met dit project bezig willen zijn (drie tot vijf weken), maar minimaal een uur per week. Omdat de hele school betrokken is, organiseren wij van tevoren een introductie- en instructiebijeenkomst. Leerlingen leren de schoolregels spelenderwijs kennen. Daarnaast zetten zij zich in voor een positief schoolklimaat. We zingen, knutselen, doen een bingo (‘welke regel heb jij wel eens overtreden?’), maken een kwartet, doen dramaoefeningen en rollenspellen over lastige situaties en geven tips over hoe je elkaar positief kun benaderen. Uiteindelijk maakt een klein groepje leerlingen onder begeleiding een rap.
Gedurende het proces maken steeds verschillende groepjes leerlingen filmopnames in de klas en interviewen zij medeleerlingen en leerkrachten over sfeer en schoolregels. Dit doen zij met twaalf door ons beschikbaar gestelde iPads. Leerkrachten leveren alle opnames uiteindelijk bij ons in en wij monteren daar een muziekclip van. Tijdens een afsluitende bijeenkomst presenteren alle groepen hun werkstukken en laten we rap en muziekclip horen.

Resultaten

  • Leerlingen verdiepen zich in de regels van de school en begrijpen de achterliggende gedachten.
  • Leerlingen kunnen de schoolregels benoemen.
  • Leerlingen leren schoolregels op een creatieve manier vormgeven.
  • Leerlingen worden gestimuleerd om de schoolregels na te leven.
  • Leerlingen zijn zich bewust dat regels belangrijk zijn en een bijdrage leveren aan een veilige en prettige sfeer op school.

Kijk eens wat we samen kunnen

Film maken met en voor elkaar

Door goed samen te werken, ontstaan mooie dingen. Aan de hand van het thema circus maken kinderen met elkaar een supershow. Niet alleen hebben zij veel plezier tijdens dit proces, na afloop hebben zij een mooie film met daarin hun presentaties.

Voor wie
Scholen in het basisonderwijs (groep 3 en 4)

De praktijk
In twee voorbereidende lessen van een uur werken kinderen samen door diverse spellen te spelen. Met de leerkrachten bepalen ze welke act in welk groepje ze doen. Denk daarbij aan jongleren met ballen, moppen vertellen, goochelen of andere kunstjes. De opnamedagen duren twee ochtenden en vinden plaats in de gymzaal. Wij zorgen voor de aankleding, maar hulp van achtstegroepers of ouders is natuurlijk altijd welkom. In circusstijl presenteert ieder groepje zijn act. Wij hebben een paar weken nodig voor de montage, daarna onthullen we de film feestelijk op school.

Resultaten

  • Kinderen leren samenwerken.
  • Kinderen hebben een mooie film als herinnering en als bewijs van hun samenwerking.
  • Kinderen zien elkaars kwaliteiten tijdens het oefenen, maar ook in de film.
  • Kinderen kunnen elkaar en zichzelf complimenten geven.
  • Kinderen durven zichzelf te presenteren.
  • Kinderen kijken naar zichzelf en anderen op een respectvolle manier.

Kijk eens wat ik kan!

Film maken met en voor elkaar

Als kleuter leer je veel nieuwe dingen in de klas. Dat kan soms onzeker maken. Daarom is het fijn te benadrukken wat kleuters wél goed kunnen. Dat geeft zelfvertrouwen. En als dat leidt tot een voorstelling op film is dat helemaal leuk!

Voor wie
Scholen in het basisonderwijs (groep 1 en 2)

De praktijk
Dit is een mooi project voor bij een themaweek op school. Kleuters laten zien wat zij goed kunnen en wij maken daar een mooie film van. Leerkrachten weten vaak al welke vaardigheden goed bij welke leerlingen passen. Denk aan tellen, zingen, spelen, opruimen, elkaar helpen, luisteren of iets vertellen. In twee voorbereidende lessen oefenen leerkrachten deze vaardigheden in kleine groepjes met de klas. Daarna werken de kinderen de rollen en taken verder uit. Tijdens de opnamedagen (twee ochtenden) laten de kleuters zien wat ze hebben geleerd. We maken daarbij gebruik van decors, schmink, toneelattributen en muziek. De presentaties leggen we op video vast. Wij monteren de opnames tot een mooie film die we laten zien op school tijdens een feestelijke presentatie.

Resultaten

  • Kleuters krijgen zelfvertrouwen door te focussen op wat ze al goed kunnen.
  • Kleuters leren samenwerken.
  • Kleuters hebben ervaren dat samen aan iets werken kan leiden tot een prettige sfeer.
  • Kleuters hebben ervaren dat samenwerken soms ook lastig kan zijn.
  • Kleuters hebben ervaren dat je conflicten altijd kunt oplossen.
  • Kleuters krijgen meer zelfvertrouwen door het uitvoeren van hun eigen idee.
  • Kleuters hebben geleerd zichzelf te laten zien aan de groep.

Kleuterclip

Film maken met en voor elkaar

Kleuters maken een videoclip op basis van vrolijke kleuterliedjes. De betekenis van de tekst kan voorop staan doordat kleuters die uitbeelden of naspelen, maar als ze iets anders bedenken, mag dat ook. Het resultaat is hun (eerste) eigen clip! Het onderwerp van de clip gaat wel in overleg met de school.

Voor wie
Scholen in het basisonderwijs (groep 1 en 2)

De praktijk
Kinderen werken met elkaar aan een videoclip. Eerst hebben zij een introductie van een uur, daarna volgen twee ochtenden voor uitvoering en film. Samen met de leerkracht en eventueel de kinderen kiezen we een liedje uit. We bespreken de tekst met de klas en bedenken met de kinderen welke ideeën zij hebben om dit liedje uit te beelden. Vervolgens werken zij in kleine groepjes aan verschillende onderdelen van het lied. Ook tijdens de opnames werken we in kleine groepjes. Elke leerling krijgt een rol die bij hem past. Het geheel monteren we tot een aanstekelijke kleuterclip die we presenteren aan andere klassen (of ouders). Wij hebben enkele weken montagetijd nodig. De school krijgt het origineel van de clip. Tip: Laat de video zien bij open dagen, op feesten of ouderavonden!

Resultaten

  • Kleuters krijgen een beter begrip van de tekst door het verbeelden ervan.
  • Kleuters leren samen zingen en werken.
  • Kleuters hebben ervaren dat samen aan iets werken kan leiden tot een prettige sfeer.
  • Kleuters hebben ervaren dat samenwerken soms ook lastig kan zijn.
  • Kleuters hebben ervaren dat je conflicten altijd kunt oplossen.
  • Kleuters krijgen meer zelfvertrouwen door het uitvoeren van hun eigen idee.
  • Kleuters hebben geleerd zichzelf te laten zien aan de groep.
  • Kleuters hebben hun eigen videoclip gemaakt.

Leren coachen

Tweedaagse coachtraining

Sommige leerlingen (12-16 jaar) kunnen wel een klein duwtje in de rug gebruiken door een coach die naar hen luistert en dingen met hen onderneemt. Als coach beteken je echt iets voor Haagse leerlingen. Volg daarom de tweedaagse training tot coach!

Voor wie
Iedereen van 18-plus die naast werk of studie effectief jongeren wil leren coachen.

De praktijk
Gedurende twee dagen van zeven uur bereiden we je voor op het coachen van leerlingen. Deze leerlingen (verschillende niveaus) hebben met elkaar gemeen dat het even niet lekker loopt, thuis of op school. Ze hebben geen grote concrete problemen, maar misschien wel iets naars meegemaakt. Iemand die meedenkt, meehelpt en net iets vaker naar ze omkijkt kan net dat zetje geven dat nodig is om op het juiste spoor terecht te komen.
In twee dagen tijd leren wij je de basisvaardigheden om een goede jongerencoach te worden. Gesprekstechnieken, grenzen stellen zijn belangrijke onderwerpen, maar ook hoe het schoolsysteem werkt en wat jongeren van die leeftijd bezighoudt. We oefenen met praktijkcasussen en door middel van rollenspellen.
Voor de aanmelding voeren we eerst een gesprek om te onderzoeken of de verwachtingen van beide partijen overeenkomen. Bij een deelnemersaantal van tien, beginnen we met een training. Dan maken we ook de data bekend. Het is belangrijk om aan beide dagen van de training mee te doen.

Resultaten

  • Deelnemers hebben de basisvaardigheden coachen onder de knie.
  • Deelnemers kunnen een open en uitnodigend gesprek voeren.
  • Deelnemers weten wat hun eigen grenzen zijn en hoe zij die duidelijk kunnen bewaken en verwoorden.
  • Deelnemers kunnen de jongeren ondersteunen bij het helder maken van hun hulpvraag.
  • Deelnemers weten hoe zij praktisch aan de slag kunnen met jongeren (niet alleen praten).

Faalangst-reductietraining

In een kleine groep werken aan zelfvertrouwen en omgaan met faalangst

Faalangst is bang zijn niet te kunnen presteren in spannende situaties, zoals tijdens een spreekbeurt of toets. Hierdoor presteren zij onder hun niveau. In een klein groepje van maximaal tien leerlingen werken we aan het zelfvertrouwen en het leren omgaan met faalangst, zodat de klachten sterk verminderen of helemaal verdwijnen. Daarbij betrekken we ook ouders/verzorgers.

Voor wie
Scholen voor het voortgezet onderwijs (klas 1 t/m 6)

De praktijk
De school meldt de leerling aan na overleg met de leerling en de ouders/verzorgers. Belangrijk is dat de leerling zelf last heeft van zijn faalangst en er ook echt iets aan wil doen. Aan de hand van een gesprek en een onderzoek/vragenlijst bekijken we of de leerling in aanmerking komt voor de training. De methode die we gebruiken is gebaseerd op Bewust en Beter Omgaan met Faalangst (BOF-training). Daarbij zetten wij RET-therapie in zodat zij leren helpende gedachten te formuleren. In een groepje van maximaal tien leerlingen werken we aan houding, ademhalingsoefeningen, presentaties, rollenspellen, schrijfopdrachten en kringgesprekken. We doen bijvoorbeeld oefeningen die leerlingen spannend vinden, bijvoorbeeld een presentatie geven voor de groep. In een veilige omgeving kunnen zij ervaren hoe dat voelt. Door onze werkvormen leren zij ‘falen’ te relativeren en juist helpende en steunende gedachten over het proces te formuleren.

In overleg met school kunnen wij ook een ouderavond verzorgen. De steun en erkenning van ouders/verzorgers is van groot belang voor het slagen van de faalangstreductietraining. Tijdens de ouderavond maken zij kennis met de trainer en gaat de trainer uitgebreid in op de achtergrond van faalangst en manier waarop zij hun kind kunnen steunen.

Na de training evalueren we het geheel met de leerling en bepreken we of de training tot het gewenste resultaat heeft geleid. Daarna volgt ook nog een afsluitend gesprek met de zorgcoördinator of een andere contactpersoon van school.

Resultaten

  • Leerlingen leren hun eigen spanning en angsten lichamelijk herkennen.
  • Leerlingen leren hoe zij hun angsten en spanningen kunnen verminderen.
  • Leerlingen hebben een positiever zelfbeeld.
  • Leerlingen hebben plezier ervaren in het groepsproces.
  • Leerlingen zijn zich bewust van het verband tussen gedachten en gedrag. Ze hebben geleerd hoe zij daar zelf invloed op kunnen uitoefenen zodat zij grip op hun faalangst krijgen.

Petje op, petje af…

Training Sociale Vaardigheden

Spelenderwijs leren scholieren sociale vaardigheden. Centraal staat een positief zelfbeeld, het kunnen herkennen en uiten van emoties, grenzen stellen en oefenen met verschillende soorten reacties. Leerkrachten bepalen al dan niet in samenspraak met de intern begeleider welke kinderen in aanmerking komen voor de training. Ook ouders/verzorgers spelen een rol.

Voor wie
Scholen in het basisonderwijs (groep 5 t/m 8)

De praktijk
Tijdens de intake kiest de leerling in overleg enkele leerdoelen die de leerkracht en de ouders/verzorgers van tevoren hebben opgesteld. De leerling kan natuurlijk ook zelf leerdoelen bedenken. Halverwege de training bekijken de leerkrachten hoe het gaat en of de doelen eventueel bijgesteld moeten worden.
Het vergroten van een positief zelfbeeld speelt een belangrijke rol tijdens de zes bijeenkomsten van anderhalf uur. Leerlingen vertellen bijvoorbeeld waar ze goed in zijn. Anderen geven hen complimenten. Ook speelt het herkennen en uiten van emoties bij zichzelf en anderen een grote rol. Op allerlei manieren wordt gewerkt aan het beleven van succeservaringen.
Door toneelspel oefenen zij bijvoorbeeld verschillende manieren van reageren. Ze brengen vervelende situaties in die ze zelf hebben meegemaakt en waarmee ze vervolgens oefenen. Ze proberen drie verschillende manieren uit van reageren en ontdekken welke het beste werkt.
We werken daarbij met drie soorten petjes: assertief, agressief en passief. Welk gedrag is in welke situatie handig? En past dat bij de manier waarop het kind gewend is te reageren? Ze leren dat verschillende manieren van reageren verschillende reacties oproepen.
In een werkboek houden leerlingen bij wat ze oefenen en wat ze geleerd hebben. Leerdoelen, opdrachtenkaartjes, invulbriefjes, knutselwerk, foto’s en spelletjes plakken zij tijdens de bijeenkomsten in het boek. Aan het eind van de training ontvangen alle kinderen een diploma en nemen ze alle materialen mee naar huis.

Resultaten

  • Leerlingen leren hun eigen emoties herkennen en uiten.
  • Leerlingen leren emoties van anderen herkennen.
  • Leerlingen krijgen meer zelfvertrouwen en hebben een positiever zelfbeeld.
  • Leerlingen leren omgaan met boosheid, onzekerheid en teleurstelling.
  • Leerlingen durven grenzen aan te geven.
  • Leerlingen kunnen beter omgaan met lastige situaties en vervelend gedrag van anderen.
  • Leerlingen durven uit te komen voor hun mening.

De Rupsenclub

Training Sociale Vaardigheden voor kleuters

Tijdens deze training oefenen kleuters sociale vaardigheden. Bijvoorbeeld door toneel, spelletjes en opdrachtjes die te maken hebben met situaties uit hun dagelijks leven. De leerkracht bepaalt al dan niet in samenspraak met de intern begeleider welke kinderen in aanmerking komen voor de training. Ook ouders/verzorgers spelen een rol.

Voor wie
Scholen voor het basisonderwijs (groep 1 en 2)

De praktijk
Aan het begin van elke bijeenkomst (in totaal tien lessen van drie kwartier*) vraagt Zelda de rups de kinderen om te dansen en het rupsenlied mee te zingen. Van tevoren hebben leerkrachten en ouders/verzorgers leerdoelen voor de kinderen opgesteld. Door observaties tijdens de lessen bekijken we tussentijds of het gedrag van de kinderen verandert en of we de leerdoelen eventueel moeten bijstellen.
De lessen verlopen volgens een vast patroon. Met bewegings- en muziekspelletjes en zoek- en raadopdrachten oefenen zij bijvoorbeeld emoties. Samen met het rupsje gaan de kinderen op zoek naar dingen waar ze blij, boos, bedroefd of bang van worden. Door deze emotiespelletjes leren kinderen hun gevoelens tonen. In toneelstukjes geven zij hun grenzen aan door bijvoorbeeld ‘stop, hou op!’ te zeggen.
Voor goed uitgevoerd opdrachten krijgen kinderen een kraal die zij aan een lange ketting kunnen rijgen. Ook is er voor elk kind na afloop van iedere les een beloningskaart. Daarop staat wat het allemaal heeft geleerd. Elke bijeenkomst sluit af met een verhaaltje over kleine rupsjes, die ieder op een eigen manier afscheid nemen van de groep. Aan het eind van de training verandert het rupsje in een vlinder. De kinderen krijgen een vlinderdiploma mee naar huis, beloningskaart, kralenketting en alle tekeningen die ze hebben gemaakt.

*) Waarvan een les voor de intake met de intern begeleider en de leerkracht, een les voor de tussenevaluatie en een voor het nagesprek. Tijdens de eerste les kunnen ouders/verzorgers kennismaken.

Resultaten

  • Kinderen hebben meer zelfvertrouwen gekregen.
  • Kinderen hebben geleerd samen te werken.
  • Kinderen hebben geleerd hoe je iets vraagt aan een ander.
  • Kinderen hebben geleerd met teleurstellingen om te gaan.
  • Kinderen hebben geleerd naar anderen te kijken en te luisteren.
  • Kinderen hebben geleerd emoties bij zichzelf en anderen te herkennen.
  • Kinderen hebben geleerd op hun niveau grenzen aan te geven.